wie het breed heeft…


Superbia-uit-de-7-hoofdzonden-van-Jeroen-Bosch-250x300

Van Erasmus is het spreekwoord  “kleren maken de man”. Erasmus, tijdgenoot van Jeroen Bosch, heeft rond 1485 in ’s-Hertogenbosch gewoond. 

Hier heeft hij ongetwijfeld het verschil in kleding tussen de armen en de rijken gezien. Hoe rijker, hoe fijner de stoffen en voller de kleuren. De adel  en de rijke burgerbevolking  in ’s-Hertogenbosch droegen hun kleren om te imponeren. Kleding gemaakt van breed geweven stoffen en die tot op de schoen reikte. Ja, wie het breed had, liet het breed hangen.

De gewone mensen, ambachtslieden, werklui en  gewone burgers gingen gekleed in simpele kledingstukken met vale kleuren. De kleding toonde tot welke groep je behoorde. Mensen die zich rijker kleedde dan ze waren,  kregen te horen dat ze zich hoogmoedig gedroegen. En hoogmoed was één van de zeven Hoofdzonden.  Jeroen Bosch beschilderde een tafelblad met alle Hoofdzonden, en het plaatje toont zijn versie van superbia – hoogmoed.